**
Roeselare. Dat is driesterrenrestaurant Boury, dat is brouwerij Rodenbach, dat is het centrum van West-Vlaanderen. En dat is vooral... Koers! Odiel Defraeye, de eerste Belgische Tourwinnaar in 1912, is een Roeselarenaar, en met Benoni Beheyt, Jempi Monseré, Freddy Maertens en Patrick Sercu heeft de stad ook heel wat wereldkampioenen voortgebracht. Maar met koers bedoelen we ook KOERS. Museum van de wielersport, een paradijs voor de wielerfan vanwege de enorme collectie aan koersmemorabilia die ze ginder hebben weten te verzamelen. Het is daar, op het Polenplein in hartje Roeselare, dat Bahamontes vandaag heeft afgesproken met Thomas Ameye en Dries Mombert, respectievelijk directeur en publiekswerker bij KOERS. Zij zullen onze gidsen zijn tijdens een geweldig dagje uit in Roeselare.
Wereldwijd wielrennen
KOERS is al jarenlang een trouwe Bahamontes-partner. Ze verzorgen telkens de MUSEUM-rubriek en schieten ons te hulp met info, foto’s, voorwerpen waar ze maar kunnen – en dus was ondergetekende er de laatste jaren al vaker over de vloer geweest. Voor de tijdelijke expo over 20 jaar Quick-Step, bijvoorbeeld. Of de foto-expo Land van de Koers, waar werk van een aantal vermaarde wielerfotografen in de schijnwerpers werd geplaatst. Ook hun vaste tentoonstelling op zolder had geen geheimen meer voor schrijver dezes. Maar naar aanleiding van het WK wielrennen in Rwanda, de allereerste regenboogstrijd op het Afrikaanse continent, loopt in KOERS sinds september de expo Wereldwijd Wielrennen, waar de wielersport eindelijk eens door een wereldwijde bril wordt bekeken. En die expo had ik dus nog niet gezien. Ze loopt nog tot augustus 2026, heeft zowat het hele museum overgenomen en is volgens Radio Peloton zeer de moeite. Hoog tijd dus voor een rondleiding door Dries en Thomas.
Alles begint in de tot cinemazaal omgebouwde Zaal der Wereldkampioenen met een wervelende kortfilm. Wielerfanaat en (theater)acteur Zouzou Ben Chikha – ook wel gekend als cafébaas Muze in de televisiereeks Chantal – neemt ons als enthousiaste reisleider mee naar diverse wielerwalhalla’s als Vlaanderen, Colombia, Eritrea, Amerika, Japan en het Midden-Oosten. Vedetten als Lotte Kopecky, Egan Bernal, Biniam Girmay en Mark Cavendish spelen een hoofdrol, terwijl ook Mr. Bean, Pikachu, Donald Trump en de nobele, maar relatief onbekende keirin-sport opduiken. Een film geschoeid op de leest van de jongere museumbezoekers, maar ook zeer informatief voor een al iets oudere jongere als ikzelf.
162 landen, 162 voorwerpen
Na de film gidsen Thomas en Dries me door de rest van de expo, die bloed, zweet en tranen heeft gekost. Het opzet was dan ook niet simpel, legt Thomas uit. “De ultieme ambitie was: uit elk land ter wereld, en dat zijn er toch meer dan 200, een object tonen dat iets met koers of de fiets te maken heeft. Voor alle duidelijkheid: dat is niet gelukt. Momenteel zijn 162 landen vertegenwoordigd, al komen er nog steeds stukken binnen.” De objecten zijn zeer divers. Een trui en fiets van Biniam Girmay, een zadel van Paolo Bettini, een 3D-geprint borstbeeld van Major Taylor, de eerste Afro-Amerikaanse wielervedette... En aan elk object hangt een verhaal of anekdote vast, klein of groot. Thomas wijst naar een truitje van de Gaza Sunbirds. “Gisteren was hier een jongen uit Gaza op bezoek. Hij kon niet geloven dat we een truitje uit zijn land hier hadden, hij dacht dat koers in Gaza niet bestond.” We zien een witte trui met pauwenogen en Dries vertelt: “Dit is de trui voor de leider in het bergklassement in the Arctic Race of Norway, de enige koers in het poolgebied. De winnaar van dat klassement krijgt 500 kilo zalm. En dit is een leiderstrui uit de Ronde van Guatemala. De renner in kwestie werd later in ware narco-stijl vermoord omdat hij in een winkel ruzie had gemaakt om een blikje cola.”
Wat verder zien we een outfit van de Nigeriaanse ploeg, met een geometrisch groen-wit patroon op trui én broek. Spuuglelijk volgens de een, supercool volgens een ander.” Thomas staat stil bij een rood-witte trui, die van Syrië. “Onlangs was hier een Syrisch meisje op klasuitstap. Ze poseerde trots voor deze trui, maar bedekte met haar hand het embleem. Dat bleek een referentie naar het oude Assad-regime te zijn. Zo leren wij ook bij. En wat ons ook is opgevallen tijdens het samenstellen van deze expo: in veel landen is er totaal geen koers- of fietscultuur. Koers is nergens zo groot als hier, in Vlaanderen.”
Flandrien in Roeselare
Na 162 fascinerende wielerobjecten uit 162 landen is het tijd voor deel twee van ons dagje Roeselare. Tijd voor de Omloop der Volkscafés. Je kan deze fietsknooppuntenroute van 35 kilometer uiteraard afleggen op je eigen fiets, maar nog leuker wordt het als je van café naar café rijdt op een retrokoersfiets op jouw maat, in een zelfgekozen vintage koerstrui. Dichter bij het flandrien-schap kom je wellicht nooit meer. Die retrofiets én -trui kan je dus huren in KOERS, waar je ook terecht kan voor een plannetje en een knooppuntenstrip die je de weg toont en die je makkelijk aan je stuur kan hangen.
Thomas Ameye: “Voor de vernieuwing van het museum in 2018 hadden we een zolder vol fietsen. We zijn die allemaal gaan onderzoeken en documenteren: aan welke fiets hangt welk verhaal vast? Finaal bleven er een heleboel fietsen over zonder Groot Verhaal. Daar hebben we uiteindelijk een dertigtal retrofietsen van overgehouden – allemaal nog met de versnellingen op de buis – die we in orde hebben laten zetten door Marc Renier, een ex-profrenner uit Roeselare die in 1979 nog 4de werd in de Ronde van Vlaanderen. Die fietsen verhuren we nu.” Thomas en Dries tronen me mee. Ik zie merken – Malagnini, l’Avenir – waar ik nooit van gehoord heb. Andere, zoals Winner en Bertin, doen wel een belletje rinkelen. Er is zelfs een Flandria! Maar mijn oog valt al snel op een bloedrode TI-Raleigh. Dit wordt mijn fiets voor vandaag! Eindelijk een schakel in de legendarische ploeg-Post!
Nog leuker wordt het kiezen van een passende vintage-wielertrui uit de decoratieve collectie van het wielermuseum. Ik voel me een kind in een snoepwinkel als ik de tientallen truitjes door mijn handen laat gaan. Ik zie onder meer een wollen wereldkampioenentrui, een Palmans-Collstrop-trui, een Histor-Sigma-exemplaar, maar ook Italiaanse exemplaren, zoals een knalgeel exemplaar met in blauwe letters V.Baroni op de borst, en daaronder, in rode letters, Burro Stela (Boter Stela). Of een wollen rood-geel-groene trui met ‘Arredamenti Poggioli, Savignano – SP’ op de rug (wat, zo leert enige research me, staat voor Meubelen Poggioli uit Savignano sul Panaro, een dorpje in de provincie Modena). Een trui van Raleigh is er helaas niet in mijn maat, dus ga ik voor een eenvoudig doch prachtig geel-blauw wollen shirt met lange mouwen, met enkel het Shell-logo op mijn borst. Op mijn rug: Bandencentrale Vandeweghe Deinze (een bedrijf dat, zo kom ik later te weten, nog steeds bestaat). Thomas gaat voor een Haral-Batimat-trui, terwijl Dries met een écht historisch pronkstuk de baan opgaat: een prachtige roze Miko-Mercier-trui waarin onder meer Joop Zoetemelk nog reed. Een trui met geschiedenis!
Geen kans op honger of dorst
We vertrekken onder het goedkeurend oog van bronzen Jempi Monseré, 7 dagen op 7 en 24 uur op 24 de trotse wachter aan de poorten van KOERS. De Omloop der Volkscafés is in totaal 35 kilometer lang en onderweg liggen maar liefst 10 etablissementen – een zorgvuldig uitgekozen mix van bruine kroegen, praatcafés en brasserieën – en dus mogelijke tussenstops. De kans op honger en/of dorst tijdens deze rit is dus écht nihil. De kans op zatheid daarentegen... Thomas lacht: “Gelukkig zijn nooit alle cafés op hetzelfde moment open. We merken dat de meeste deelnemers aan de Omloop er een drie- viertal cafés uitkiezen.” Dat kan je aan de hand van de brochure die je in KOERS meekrijgt, en waar er een woordje uitleg voorzien is bij alle cafés. Namen als Sanseveria, De Tonne, De Gilde en In den Bassin doen ons alvast watertanden, en ook woorden als ‘authentieke bruine kroeg’, ‘uitgebreide bierkaart’, ‘belegde stuutjes’ en ‘waar leute en ambiance hand in hand gaan’ beloven veel goeds. Zegt Dries: “We mikken niet op de wielertoerist, wél op de toerist. Op de mensen die op een leuke, sportieve manier Roeselare en omstreken willen verkennen, en houden van onze typische cafécultuur die hopelijk nog lang deel mag uitmaken van onze Vlaamse identiteit. Dit is een perfecte activiteit voor op een vrijgezellenavond of een teambuilding, bijvoorbeeld. Of om met de hele familie te doen.”
Maar nogmaals: wie alle tien de bevoorradingsplekken wil gaan uittesten, doet dat het best in meerdere keren of met af en toe een frisdrank tussendoor. Een stop in Het Foederhuis mag eigenlijk niet ontbreken. Het Foederhuis is het brouwerijcafé van Brouwerij Rodenbach en je kan er tussen (of, zoals wij, zelfs ín) de houten vaten terecht voor Vlaamse klassiekers (Karnemelkstampers met Rodenbachkaas! Stoofvlees! Coq au vin!), uiteraard in combinatie met een lekker roodbruintje of een degustatieplank met de vier Rodenbach-bieren. Voor wie tijd heeft, is ook een brouwerijbezoek zeker aan te raden. Sinds een jaar is het bezoekersparcours in de brouwerij volledig vernieuwd en op het einde van je bezoek mag je zelf je eigen Rodenbach blenden!
d'Oude Glorie!
Wat verderop op de route houden we ook halt bij D’Oude Glorie, waar de inrichting je meteen terug in de tijd katapulteert. Je komt ogen te kort om alles in je op te nemen. De emaillen bordjes aan de muur, de poppen, de foto’s, het vintage speelgoed, de authentieke vloer en de prachtige, oude toog... Uitbaters Johan en Sylvie hebben de tijd van toen perfect doen herleven. De bruine huisrum en belegde stuutjes zijn dan weer de sterren van de menukaart. Wij drinken er een Flavas, een heus driesterrenbiertje, want het resultaat van een samenwerking tussen het Roeselaarse driesterrenrestaurant Boury, de Ieperse stadsbrouwerij Kazematten en St. Bernardus in Watou. En zo is er in elk van de tien cafés op het parcours wel iets te beleven.
Als we aankomen bij KOERS en er nog een allervoorlaatste drinken in KOERSkaffee, de brasserie verbonden aan het museum en de tiende en laatste bevoorrading, weten we het wel zeker. De Omloop Het Nieuwsblad is leuk, maar de Omloop der Volkscafés is leuker. Allen naar Roeselare, je gaat het je niet beklagen!