Wij gebruiken cookies
Florian Vermeersch 10 kopie
leesvoer

Florian Vermeersch

Wereldkampioen gravel

Zilver! Zilver! Goud! Dat is het straffe palmares van Florian Vermeersch (26) op het WK Gravel. De UAE-renner mag zich met recht en rede de koning van stof, grind en – als het geregend heeft – modder noemen. Een gesprek over wandelen op Madeira, eenzaam zijn in Murcia, voetballen met Tadej en stil zijn in Auschwitz. “Iedereen zou daar één keer in zijn leven naartoe moeten!”

Tekst: Jonas Heyerick Foto’s: Jelle Vermeersch

“Ik zei daarnet tijdens het interview al dat ik ervan hou om af en toe uit mijn comfortzone te stappen. Dit is zeker en vast een van die dingen. Al weet ik niet zeker of ik het straks nog plezant ga vinden...”

Florian Vermeersch staat onder een dampend hete buitendouche terwijl de thermometer aan de muur 6 graden Celsius aangeeft. Hij is bang voor wat hem zo meteen te wachten staat: een ijskoud modderbad, in de hoop dat het een ultieme openingsfoto bij dit interview oplevert.

Drie uur eerder hielden we het gelukkig wel warm én droog tijdens het gesprek met de kersverse wereldkampioen gravel. Florian was net een week terug van twee buitenlandse avonturen. “Eerst een ploegstage met UAE, vijf dagen Abu Dhabi. We bezochten de sponsors en sloten het seizoen af met teamactiviteiten in een luxehotel. Heel plezant. Van Dubai ben ik meteen doorgereisd naar Vietnam, waar mijn zus, die pedagogische wetenschappen studeert, drie maanden op uitwisseling was. Ik ben er drie dagen gaan bikepacken in het noorden van het land, helemaal in mijn eentje. Uiteindelijk heb ik meer dan 600 kilometer gefietst, 200 per dag, maar op het gemak. Ik had de hele dag, kon stoppen waar en wanneer ik wilde.”

Straffe anekdotes of zotte verhalen heeft hij niet. “Op de bergtoppen was het weer vaak erg slecht”, zegt hij. “Ik heb me meermaals afgevraagd waar ik in Godsnaam mee bezig was, maar achteraf ben ik heel blij dat ik uit mijn comfortzone ben gestapt. Ik zou het opnieuw doen, maar dan liefst met twee. Het is fijner om je ervaringen en gevoelens te delen. Het voordeel aan alleen reizen is dan weer dat je gedwongen wordt om met de lokale bevolking te praten. Niet makkelijk in Vietnam, want de meerderheid spreekt geen woord Engels. De meeste Vietnamezen hadden ook nog nooit een coureur gezien. Op de slaapbus naar Hanoï zat een man urenlang naar mijn koersfiets te staren. Om de zoveel tijd raakte hij hem aan, op alle mogelijke plekken. Alsof het een soort talisman was.”

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief