Wij gebruiken cookies
L1350891
leesvoer

Overweg naar leven of dood

De sporen van het noorden

Wie Parijs-Roubaix wil winnen, doet er goed aan om ook de dienstregeling te onthouden van de IC19954 tussen Doornik en Lille. Die trein kruist namelijk iedere zondag om klokslag 16u54, op 10 kilometer van de beroemde wielerbaan, het parcours van de Helleklassieker.

Tekst: Luc Kempen Foto's: Dimitri Van Zeebroeck

Een grijze man ogenschijnlijk doelloos scharrelend naast de spoorlijn richting Lille, het moet een bizar tafereel zijn voor het jonge koppel dat net voor het invallen van de duisternis besluit nog even een wandeling met de kinderwagen te maken in de Rue de Willems in Chéreng. Die grijze man ben ik, het koppel woont op 300 meter hiervandaan. Of ze erbij waren op die bewogen zondag in 2006 toen Fabian Cancellara hier de definitieve kloof sloeg op weg naar zijn allereerste zege in Roubaix?

En dan blijkt maar weer eens hoe genadeloos de tijd is, want Cancellara, ja, die naam zegt hen nog vaag iets. Spartacus, Platwalser, de Beer van Bern: hoe ik ook probeer, hun blikken worden alleen maar meewariger. Ik dring niet aan en laat de vraag achterwege of ze misschien Leif Hoste, Peter Van Petegem en Vladimir Goesev langs de neergelaten slagbomen hebben zien slalommen. In de plaats praten ze me bij over deze even groene als grauwe regio op schootsafstand van België. Hoe ze ooit hebben overwogen te verhuizen naar de andere kant van de grens, nog geen 6 kilometer ten oosten van Chéreng, maar zich dreigden vast te rijden in een administratief moeras. Dat het leven in Doornik zoveel overzichtelijker is, maar dat het landschap hier - knotwilgen en velden zo ver het oog reikt - ook onbetaalbaar is.

Van alle grote wielermonumenten is Parijs-Roubaix de enige die het peloton zo diep in de finale nog over een actieve spoorlijn stuurt. Met alle risico’s van dien. Het bekendst zijn natuurlijk de scènes uit de editie van 2006 toen Fabian Cancellara op 15 kilometer van de finish Vladimir Goesev uit het wiel reed en solo op Roubaix afstevende. Acht minuten later passeerde Cancellara hier de overweg, waar mijn oog intussen is gevallen op een verweerde halfopen oranje kast met daarin alles wat de SNCF (de Société Nationale des Chemins de fer Français) tot zo’n intrigerend symbool van Frankrijk maakt. Zo hangt er onder andere een oude, gietijzeren zender met mondstuk (nog steeds bedrijvig) waarop de tijd ondanks het gure weer geen vat heeft gekregen. Het kost me moeite te weerstaan aan de boodschap die erboven hangt: ‘Avant De Tourner La Manivelle Pour Repondre, Lever Le Bras Du Poste.’ Manivelle, zelfs hier is de koers nooit ver weg. De zender mag trouwens alleen gebruikt worden indien er gedurende vijf minuten na het sluiten van de slagbomen nog altijd geen trein is gepasseerd.

Daar was op die 10 april 2006 geen sprake van. Want toen Cancellara net de overweg was gepasseerd, floepten alle lichten aan en begon de waarschuwingsbel vervaarlijk te rinkelen – alsof de Zwitser er zelf de hand in had. 20 seconden later naderden drie achtervolgers de intussen neergelaten slagbomen: Peter Van Petegem en de Discovery Channel-ploegmaats Vladimir Goesev en Leif Hoste. “In mijn herinnering,” zegt Van Petegem zovele jaren later, “vlamde Goesev er gewoon doorheen, amper naar links of rechts kijkend. Ik klikte uit mijn pedaal, maar floepte er ook maar snel achteraan.” Goesev was in 2006 amper 23 jaar, Van Petegem al een man van 36, vader van drie kinderen met drie grote klassiekers op zijn palmares. Dan raakt niet alleen het lijf uitgeput, maar ook de drang naar harakiri.

“Ik sliep dat seizoen vaak bij Goesev op de kamer”, zegt Leif Hoste. “Hij was opgegroeid op het platteland in Rusland, wielrennen was voor hem de enige kans om aan die eentonige wereld te ontsnappen. Ik weet nog dat Peter en ik elkaar heel kort aankeken toen hij zich van die slagbomen niks aantrok. Peter heeft nog op de piste gereden, zulke gasten durven altijd wat meer, maar dit was ook voor hem andere koek.”

Van Petegem wist meteen dat de laatste kans om ooit nog eens te winnen in Roubaix hem ontglipt was. En Hoste werd twee jaar nadat in volle finale een Vlaamse leeuwenvlag zijn achterwiel blokkeerde opnieuw afgeremd. Hoste: “Je weet natuurlijk nooit wat er in die laatste 10 kilometer nog gebeurt – Van Petegem schuwde het werk alleszins niet – maar het had er toch alle schijn van dat de vogel was gaan vliegen.”

Als ik Van Petegem vraag of hij achteraf nooit ’s nachts is wakker geschrokken van het manoeuvre, volgt er gegrinnik. Per slot van rekening denderde een handvol seconden later achter hen een zware en lange goederentrein beladen met grote rollen staal in de richting van Doornik. Ik hoef me geen zorgen te maken, zegt hij, hij slaapt als een roos. En Hoste: “In de aanloop naar de Oude Kwaremont in de Ronde van Vlaanderen doen renners veel gekkere dingen dan wij op die zondag in Roubaix.”

Zeker voor buitenstaanders blijft het vreemd dat in wielerwedstrijden een koploper niet wordt opgedragen halt te houden wanneer zijn achtervolgers moeten stoppen voor een onverwachte hindernis. “Terwijl,” aldus Hoste, “dit wel geldt voor achtervolgers als de koploper iets onverwachts overkomt, tenminste als de voorsprong minder is dan 1 minuut.” Hoste zit al bijna een decennium niet meer in het peloton, maar het gevoel als renner een acteur te zijn in een operette is er na die dag niet minder om geworden. “Twee motors van de organisatie glipten samen met ons voorbij de gesloten slagbomen. Geen enkele official waarschuwde ons tijdens het vervolg dat we zouden gediskwalificeerd worden. En toen Boonen en Ballan, onze directe achtervolgers, die ook niet reglementair die overweg passeerden, onze plaatsen op het podium innamen, had ik even genoeg van al dat gemarchandeer.”

(De volledige reportage leest u in Bahamontes 25 - De Hel.)

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief